En het is… een oester!
Oesters zijn bijna allemaal hermafrodieten, dat wil zeggen dat ze zowel mannelijke als vrouwelijk eigenschappen bevatten. Wanneer een oester zich in de vrouwelijke of mannelijke fase bevindt, hangt van de voedingsomstandigheden en watertemperatuur af. Dat oesters zomers minder goed eetbaar zijn ligt aan het feit dat oesters zich in de zomer voortplanten. Wanneer de temperatuur van het zeewater in de maanden juni, juli en augustus stijgt, zijn de oesters bezig met hun voortplantingsproces. Het vlees van de oester wordt wat magerder, slapper en ze gaan melken. Melken wil zeggen dat ze een melkachtig zaad afscheiden. Uit dit zaad komen na een paar weken larfjes die vervolgens een schelpje ontwikkelen. Door hun eigen gewicht zakken de larfjes dan naar de bodem van het water, waar de oesterkwekers een ideale hechtingsbodem van (mossel)schelpen voor ze hebben neergelegd. Hierop vlijt het schelpje neer, om zich in de daarop volgende drie tot vier jaar te laten volgroeien.
|
 | |